French Roulette
Roulette komt van de Franse term «klein wiel». Sinds duizenden jaren bestaan er verschillende variaties op spelen met wielen. Volgens de legende trokken de Romeinse soldaten de wielen uit hun kar om er zich mee te ontspannen tijdens de campagnes. Volgens andere bronnen hebben monniken in China het wielspel uitgevonden in de middeleeuwen. In elk geval heeft roulette zich verspreid in Europa tussen de 18de en 19de eeuw en meer bepaald in Frankrijk en Monte Carlo. Vandaag staat roulette tussen de internationaal erkende spelen symbool voor glamour, opwinding en prestige in de casino’s met hoog maatschappelijk aanzien.
De tafels van Franse roulette zijn de grootste in een speelzaal. Een zeker aantal spelers kan er plaats nemen, de anderen staan recht rond de tafel. Ze is bedekt met een blauw tapijt waarop alle soorten lijnen, cijfers, woorden en symbolen staan getekend, het geheel heet een “tableau”. Aan het hoofd van de speeltafel bevindt zich de cilinder van de roulette. Het is daarin dat de croupier het balletje gooit.
De roulette met nul is samengesteld uit een inzetrooster en een soort kom waarin het ivoren balletje beweegt. In het centrum van deze kom is er een cilinder die op gang gebracht wordt zodra het balletje wordt gegooid, maar in tegenovergestelde richting. Op deze cilinder staan 37 vakken genummerd van 1 tot 36 + de 0. Deze vakken zijn afwisselend rood en zwart, de 0 staat in een groen vak. De nummers zijn verdeeld over de rand van de cilinder, niet in normale, stijgende volgorde, maar zo dat twee opeenvolgende nummers nooit naast elkaar staan. Andere bijzonderheid de getallen waarvan de som van de cijfers even is, zijn zwart, alsook het nummer 10. Het is het vak waarin het balletje rolt dat de winnende nummer en inzetten aanduidt.
Het spel begint wanneer de croupier roept "Faites vos jeux". Er bestaat een brede waaier aan inzetten op de roulette. De croupier lanceert de cilinder in één richting en gooit het balletje in de andere richting. Op een moment kondigt de croupier "Rien ne va plus" aan, wat betekent dat men niet meer mag inzetten. Zodra het balletje op een nummer stopt en dit nummer wordt afgeroepen, worden de verliezende inzetten door croupier rechts weggenomen, als het een oneven getal is, en de tweede croupier betaalt de winnende inzetten uit, en omgekeerd als het een oneven nummer is.
De speeltafel van Franse roulette is onderverdeeld in 6 delen aangeduid onder de namen «Pair, Impair, Rood, Zwart, Manque en Pass». Aan het hoofd van de tafel liggen drie lege ruimtes om te wedden op de specifieke kolom van nummers en zes ruimtes (drie links en drie rechts) om te wedden op het specifieke dozijn van nummers.
De weddenschappen op de roulette worden in 2 categorieën verdeeld: zij die een bedrag gelijk aan de inzet opbrengen, enkelvoudige kansen genoemd, en de andere, de meervoudige kansen.
De eenvoudige kansen zijn de volgende :
Rood : men wedt dat het winnende nummer rood is
Zwart : men wedt dat het winnende nummer zwart is
Paar : men wedt dat het winnende nummer even is
Onpaar : men wedt dat het winnende nummer onpaar is
Manque : men wedt dat het winnende nummer tussen 1 en 18 ligt
Passe : men wedt dat het winnende nummer tussen 19 en 36 ligt
De inzet wordt betaald 1-1.
Wanneer de nul wint, worden alle inzetten van de eenvoudige kansen gehalveerd. De speler mag zijn inzet terugnemen.
De meervoudige kansen zijn de volgende :
En plein : men wedt op één enkel nummer door de inzet te plaatsen op het overeenkomstige nummer van het tapijt, men kan op de nul inzetten. De opbrengst is 35-1 (35 keer de inzet die altijd van de speler is).
A cheval : men wedt op twee nummers die naast elkaar op het tapijt liggen, men plaatst de inzet op de lijn tussen de twee nummers, men kan de nul combineren met de nummers 1, 2 of 3. De opbrengst is 17-1 (plus de inzet).
Een carré : men wedt op 4 nummers die een vierkant vormen op het tapijt, men kan inzetten op de nul en 1, 2, 3, door de inzet te plaatsen op de buitenste hoek van de nul en de lijn. De opbrengst is 8-1 (plus de inzet).
Transversale simple of line : men wedt op een groep van zes nummers die twee aangrenzende lijnen vormen (bv. 1, 2, 3, 4, 5, 6), de inzet wordt geplaatst op de buitenste hoek gemeenschappelijk aan de twee rijen (men kan hier niet op de nul inzetten). De opbrengst is 5-1 (plus de inzet).
Transversale pleine of street: men wedt op drie nummers die een lijn op het tapijt vormen (bv. 19, 20, 21). De inzet wordt geplaatst op de lijn op het einde van de rij. Men kan inzetten op de nul en twee nummers van 1, 2, 3, door de inzet te plaatsen op de gemeenschappelijke hoek van de drie cijfers. De opbrengst is 11-1 (plus de inzet).
Kolom : men wedt dat een nummer uit één van de drie kolommen zal winnen, behalve de nul. Men plaatst de inzet in het lege vak onderaan de kolom. De opbrengst is 2-1 (plus de inzet).
Dozijn : men wedt op twaalf nummers, de kleinste (1-12), de middelstse (13-24) of de grootste (25-36). Men zet de inzet op het vak P12, M12, D12 (P voor de 12 kleinste, M voor de middelste 13-24, D voor de laatste 25-36). De opbrengst is 2-1 (plus de inzet). Als de nul wint, verliezen de kolommen en de dozijnen.
De speler mag ook spelen op de naburige nummers op de cilinder, hij heeft dan 5 jetons nodig (bv. 8 + 10, 23, 30, 11)
Het zerospel: vier penningen (bv : 0/3, 12/15, 26 32/35)
Wezen : vijf penningen : 1, 6/9, 14/17, 17/20, 31/34
Serie 5/8 : zes penningen : 5/8, 10/11, 13/16, 23/24, 27/30, 33/36
Serie 2/3 : negen penningen : 0/2/3, 4/7, 12/15, 18/21, 19/22, 25/26, 28/29, 32/35
Finales : men wedt op series die eindigen op hetzelfde cijfer (bv. : finale 4 = 4, 14, 24, 34)
Deze documentatie wordt ter informatie gegeven om het spel van Franse roulette te begrijpen. Ze mag in geen geval beschouwd worden als volledige regelgeving van het spel in kwestie.
|